Recent onderzoek levert opnieuw bewijs voor VSS

11 augustus 2026 – Onderzoekers vinden meetbare verschillen in hersenactiviteit die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van objectieve biomarkers en meer gerichte behandelingen. Een nieuwe studie, gepubliceerd in The Journal of Headache and Pain, levert opnieuw bewijs dat Visual Snow Syndrome (VSS) een meetbare neurologische aandoening is. Met behulp van een elektro-encefalogram (EEG) vonden onderzoekers kenmerkende patronen van hersenactiviteit die mensen met VSS onderscheiden van zowel gezonde personen als mensen met migraine zonder VSS.

Hoewel de studie geen nieuwe behandeling introduceert, biedt zij belangrijke inzichten in hoe de hersenen van mensen met VSS visuele informatie verwerken. Daarnaast brengt het onderzoek wetenschappers weer een stap dichter bij de ontwikkeling van objectieve biomarkers, die in de toekomst kunnen bijdragen aan een betere diagnose en het evalueren van nieuwe behandelingen.


🔑 Belangrijkste bevindingen

  • 🧠 Onderzoekers vonden meetbare verschillen in hersenactiviteit bij mensen met Visual Snow Syndrome.
  • 🎯 De gevonden afwijkingen konden niet worden verklaard door migraine alleen, wat VSS ondersteunt als een afzonderlijke neurologische aandoening.
  • 🌐 De studie suggereert dat VSS meerdere met elkaar verbonden hersennetwerken omvat en niet alleen de visuele hersenschors.
  • 📊 Met behulp van machine learning konden mensen met VSS met een nauwkeurigheid van ongeveer 80% worden onderscheiden van gezonde deelnemers.
  • 🔬 De bevindingen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van objectieve biomarkers en mogelijk meer gerichte behandelingen in de toekomst.

Wat onderzochten de onderzoekers?

De onderzoekers vergeleken drie groepen deelnemers:

  • 30 mensen met Visual Snow Syndrome
  • 45 mensen met migraine zonder VSS
  • 47 gezonde controlepersonen

Met behulp van een elektro-encefalogram (EEG) werd de elektrische activiteit van de hersenen gemeten terwijl de deelnemers met gesloten ogen in rust zaten. Vervolgens analyseerden de onderzoekers deze gegevens met geavanceerde analysetechnieken en machine learning om te onderzoeken of VSS een eigen patroon van hersenactiviteit heeft.


Wat vonden zij?

De studie laat zien dat mensen met Visual Snow Syndrome duidelijk afwijkende patronen van hersenactiviteit vertonen ten opzichte van zowel gezonde deelnemers als mensen met migraine zonder VSS.

De grootste verschillen werden gevonden in hersengebieden die betrokken zijn bij:

  • visuele verwerking;
  • aandacht;
  • het filteren van prikkels;
  • ruimtelijke waarneming;
  • de integratie van zintuiglijke informatie.

De resultaten suggereren dat VSS niet alleen de visuele hersenschors beïnvloedt, maar dat meerdere met elkaar verbonden hersennetwerken betrokken zijn.


Meer dan alleen een visuele aandoening

Eén van de belangrijkste bevindingen is dat de afwijkingen niet beperkt zijn tot de visuele hersenschors.

De onderzoekers vonden veranderingen in hersennetwerken die verantwoordelijk zijn voor het filteren van binnenkomende informatie, het richten van aandacht en het verwerken van visuele prikkels. Dit ondersteunt de steeds sterker wordende theorie dat Visual Snow Syndrome een neurologische netwerkstoornis is en niet uitsluitend een aandoening van het zien.

Dit zou ook kunnen verklaren waarom veel mensen met VSS naast de visuele sneeuw ook andere klachten ervaren, zoals:

  • lichtgevoeligheid (fotofobie);
  • palinopsie (aanhoudende nabeelden);
  • overprikkeling;
  • moeite met drukke of visueel complexe omgevingen.

Volgens de onderzoekers lijken de hersenen minder goed in staat om irrelevante visuele informatie te onderdrukken, waardoor deze voortdurend bewust wordt waargenomen.


De pariëtale hersenschors lijkt een belangrijke rol te spelen

Een bijzonder interessante bevinding is de terugkerende betrokkenheid van de pariëtale hersenschors, een hersengebied dat onder andere verantwoordelijk is voor aandacht, ruimtelijke waarneming en de integratie van zintuiglijke informatie.

Volgens de onderzoekers zou dit hersengebied een belangrijke rol kunnen spelen bij de onderliggende mechanismen van VSS en mogelijk een interessant aangrijpingspunt vormen voor toekomstig onderzoek naar nieuwe behandelingen.

Hoewel er op dit moment nog geen bewezen effectieve behandeling bestaat, helpt het beter begrijpen van de betrokken hersennetwerken onderzoekers om gerichter naar mogelijke therapieën te zoeken.


Migraine alleen verklaart de bevindingen niet

Migraine komt veel voor bij mensen met Visual Snow Syndrome. Daardoor was lange tijd onduidelijk of eerder gevonden afwijkingen in de hersenen misschien vooral door migraine werden veroorzaakt.

Om dit te onderzoeken vergeleken de onderzoekers specifiek mensen met:

  • Visual Snow Syndrome én migraine
  • Migraine zonder Visual Snow Syndrome

Zelfs nadat rekening was gehouden met migraine, bleven de verschillen in hersenactiviteit duidelijk zichtbaar.

Dit levert opnieuw sterk bewijs dat Visual Snow Syndrome een eigen neurologisch profiel heeft en niet simpelweg een vorm van migraine is.


Waarom zijn alfagolven belangrijk?

Eén van de meest opvallende bevindingen had betrekking op veranderingen in de zogenaamde alfagolven (alpha oscillations), een normaal patroon van hersenactiviteit.

Alfagolven spelen een belangrijke rol bij:

  • het filteren van irrelevante prikkels;
  • het richten van de aandacht;
  • het onderdrukken van overbodige visuele informatie.

Volgens de onderzoekers kunnen verstoringen in deze hersenritmes bijdragen aan de voortdurende visuele verschijnselen die mensen met VSS ervaren.

Dit sluit goed aan bij wat veel patiënten beschrijven: het gevoel dat hun hersenen visuele prikkels niet goed kunnen “wegfilteren”, waardoor drukke of visueel complexe omgevingen sneller als overweldigend worden ervaren.


Machine learning kon VSS herkennen

De onderzoekers gebruikten ook machine learning om de EEG-gegevens te analyseren.

Opvallend genoeg konden de computermodellen mensen met Visual Snow Syndrome onderscheiden van gezonde deelnemers met een nauwkeurigheid van ongeveer 80%. Daarnaast konden zij ook onderscheid maken tussen mensen met VSS en mensen met migraine zonder VSS.

Hoewel dit nog geen diagnostische test is, laat het wel zien dat VSS gepaard gaat met objectief meetbare veranderingen in de hersenen.

Dat is belangrijk, omdat zulke biomarkers in de toekomst kunnen bijdragen aan een objectievere diagnose en een betere beoordeling van nieuwe behandelingen.


Wat betekent dit voor toekomstige behandelingen?

Deze studie laat niet zien dat er op dit moment een effectieve behandeling voor Visual Snow Syndrome bestaat.

Wel wijzen de onderzoekers op verschillende veelbelovende richtingen voor toekomstig onderzoek, waaronder:

  • neuromodulatie, zoals transcraniële magnetische stimulatie (TMS);
  • neurofeedback;
  • behandelingen die gericht zijn op het herstellen van normale hersenritmes;
  • behandelingen die zich richten op remmende neurotransmitters, zoals GABA.

Het is belangrijk om te benadrukken dat deze benaderingen zich nog in de onderzoeksfase bevinden en op dit moment nog niet als behandeling kunnen worden aanbevolen.


Wat betekent dit voor mensen met VSS?

Hoewel deze studie geen directe nieuwe behandeling oplevert, draagt zij opnieuw bij aan het groeiende bewijs dat Visual Snow Syndrome gepaard gaat met objectief meetbare veranderingen in de hersenfunctie.

Voor mensen met VSS betekent dit opnieuw een belangrijke stap richting meer wetenschappelijk begrip en erkenning van de aandoening.

Voor artsen en onderzoekers helpen de resultaten om de neurologische mechanismen achter VSS beter te begrijpen en verder te werken aan de ontwikkeling van objectieve biomarkers.

Hoewel er nog geen bewezen behandeling bestaat, brengen dit soort onderzoeken onderzoekers stap voor stap dichter bij objectieve diagnostische hulpmiddelen en uiteindelijk mogelijk ook meer gerichte behandelingen.


Conclusie

Deze studie levert opnieuw bewijs dat Visual Snow Syndrome een afzonderlijke neurologische netwerkstoornis is, waarbij meerdere hersengebieden betrokken zijn die verantwoordelijk zijn voor visuele verwerking, aandacht en de integratie van zintuiglijke informatie.

Belangrijk is dat de gevonden afwijkingen niet kunnen worden verklaard door migraine alleen, wat de groeiende wetenschappelijke consensus ondersteunt dat VSS een zelfstandige neurologische aandoening is.

Misschien wel de belangrijkste boodschap van deze studie is dat onderzoekers opnieuw objectief meetbare verschillen in hersenactiviteit hebben gevonden. Naarmate het onderzoek zich verder ontwikkelt, kunnen dit soort bevindingen bijdragen aan betrouwbare biomarkers, betere klinische studies en uiteindelijk meer gerichte behandelingen voor mensen met Visual Snow Syndrome.


Referentie

Hsiao F-J, Puledda F, Chen W-T, et al. (2026). Unmasking the Noise: Aberrant Cortical Oscillations in Visual Snow Syndrome. The Journal of Headache and Pain. Online gepubliceerd op 15 april 2026.

Franks ervaringen met NORT, vestibulaire therapie en FL-41

Welke behandelingen of hulpmiddelen kunnen helpen bij Visual Snow Syndrome (VSS)? Dat is een vraag die wij regelmatig ontvangen. Op dit moment bestaat er helaas nog geen bewezen behandeling die VSS geneest. Wel kiezen sommige patiënten ervoor om verschillende therapieën of hulpmiddelen uit te proberen om te kijken of deze bepaalde klachten kunnen verlichten of beter hanteerbaar maken.

In dit artikel deelt Frank zijn persoonlijke ervaringen met Neuro Optometric Rehabilitation Therapy (NORT), vestibulaire therapie en een FL-41 bril. Het gaat nadrukkelijk om een persoonlijk ervaringsverhaal. De effecten van behandelingen kunnen sterk verschillen van persoon tot persoon. Wat voor de één verbetering geeft, kan voor een ander weinig of geen effect hebben, of zelfs als belastend worden ervaren.

Visual Snow Europe Foundation deelt dit artikel uitsluitend om patiënten te informeren over de verschillende benaderingen die momenteel worden onderzocht of toegepast. De inhoud is geen medisch advies en mag niet worden gezien als een aanbeveling of garantie voor resultaat. Bespreek behandelingen of hulpmiddelen altijd met een behandelend arts of andere zorgprofessional.


Franks ervaring met NORT

‘Een jaar geleden ontwikkelde ik de eerste klachten van Visual Snow. Helaas zijn deze klachten sindsdien toegenomen. In het begin twijfelde ik daarom of NORT voor mij zinvol zou zijn.’

Vier maanden is Frank gestart met NORT. De behandeling is niet goedkoop: het volledige traject kostte hem ongeveer €3.000 en duurt normaal gesproken zes tot negen maanden.

De NORT begon met uitleg over visuele verwerking. ‘Volgens mijn behandelaar gebruiken mensen zonder Visual Snow ongeveer 10–20% van hun hersencapaciteit voor visuele verwerking; bij mensen met Visual Snow kan dit oplopen tot 50%. Visuele verwerking vormt volgens hem de eerste laag van cognitieve verwerking. Wanneer daar verstoringen optreden, kunnen in secundaire verwerkingslagen klachten ontstaan zoals tinnitus, vermoeidheid of – zoals bij mij – slapeloosheid.’

In tegenstelling tot wat Frank online had gelezen over prisma’s en lenzen, gebeurde alles bij hem via de computer. ‘We begonnen met een nulmeting, waaruit bleek dat de samenwerking tussen mijn ogen niet optimaal was. Met het programma Visual Edge werkten we aan het verbeteren daarvan. Dit kun je thuis doen en het betekent een redelijk intensief traject van om de dag een half uur trainen achter je laptop. De oefeningen bestaan uit contrasttraining, geheugenoefeningen, saccades, convergentie en divergentie, dieptewaarneming en combinatietraining. Symptomen kunnen tijdelijk toenemen door de training, maar dat bleef bij mij gelukkig uit. Iedere zes weken volgt een nieuwe meting op locatie. In de eerste zes weken behaalde ik een verbetering van 16%, wat boven het gemiddelde ligt.’

Na achttien weken werden twee nieuwe oefeningen toegevoegd: NeuroTracker en Dynavision. Deze doe je één keer per week op locatie en zijn bedoeld om de verwerkingssnelheid van de hersenen te trainen, waarbij nieuwe verbindingen worden gestimuleerd. Volgens mijn behandelaar zouden de oefeningen er ook voor zorgen dat sneeuw en floaters meer naar de achtergrond verdwijnen, omdat de hersenen leren andere informatie te prioriteren. ‘Na deze sessies voelde ik me vaak wat “foggy” en was mijn nachtrust die dagen vrijwel nihil. Bij NeuroTracker kijk je met een 3D-bril naar een veld met tennisballen. Je moet de ballen blijven volgen en aangeven welke er aan het begin van de oefening waren toegevoegd (zie foto). Er zijn verschillende moeilijkheidsgraden en soms moet je tegelijkertijd informatie onthouden, zoals een boodschappenlijstje. In twaalf weken tijd steeg mijn snelheid van 1.3 naar 2.9. Ik heb nog zes weken te gaan, dus mogelijk volgt nog verdere verbetering.’

Dynavision is een bord waarop schakelaars rood of groen oplichten. Je moet deze zo snel mogelijk indrukken. Dit traint het vergroten van het blikveld en de reflexen. Beide oefeningen gaven meetbare verbetering in verwerking en snelheid. Wel had Frank in de dagen erna lichte hoofdpijn en slapeloosheid.

Heeft het geholpen?

‘Ik merk dat ik prikkels beter kan verwerken, vooral in openbare gelegenheden. Ook het opnemen van nieuwe informatie op mijn werk gaat beter. De sneeuw zelf en de tinnitus zijn helaas toegenomen, maar dat kan door het verlagen van medicatie een tijdelijk effect zijn. Op deze punten is dus geen verbetering. Ook de beleving van floaters is niet verminderd. Persoonlijk ben ik blij dat ik het traject ben aangegaan. De verbeterde prikkelverwerking helpt mij in mijn gezin, op mijn werk en in sociale situaties. Tegelijkertijd blijft het een kostbare behandeling wanneer je deze volledig zelf moet betalen. Mijn ervaring is uiteraard persoonlijk. Of deze behandeling voor anderen geschikt is of hetzelfde effect heeft, kan ik niet beoordelen.’


Franks ervaring met vestibulaire therapie

‘Toen mijn Visual Snow-symptomen zich begonnen te ontwikkelen, begon het met floaters. Een paar maanden later voelde het alsof mijn beeld bewoog, alsof ik een halve krat bier had leeggedronken. Ook liepen lijnpatronen trillend door elkaar heen. Er volgden een MRI en een bezoek aan de KNO-arts, maar daar kwam niets bijzonders uit. De MRI was goed en verder werd er niets met mijn klachten gedaan. Na overleg met mijn huisarts kwam vestibulaire therapie ter sprake. Dit wordt gegeven door gespecialiseerde fysiotherapeuten en vergt drie keer per dag ongeveer vijf minuten trainen. De oefeningen kun je eenvoudig thuis uitvoeren.’


Voorbeeldoefeningen

1. Oog- en hoofdcoördinatie

  • Plak twee post-its met een stip op ooghoogte op ongeveer 30 centimeter van elkaar op de muur en ga op ongeveer een halve meter afstand staan.
  • Beweeg steeds je ogen van de ene naar de andere stip zonder je hoofd te bewegen.
  • Als je ogen bij de stip zijn, beweeg je vervolgens je hoofd in een vloeiende, rechte beweging mee.

2. Volgbewegingen

  • Steek je duim omhoog en houd deze ongeveer 50 centimeter voor je gezicht.
  • Beweeg je duim in willekeurige richtingen.
  • Volg de beweging uitsluitend met je ogen en houd je hoofd stil.

3. Maak de oefening uitdagender

  • Voer de eerste oefening uit met een onrustige achtergrond, zoals een schaakbordpatroon, of ga op één been staan.

Heeft het geholpen?

‘Voor mij wel. Binnen enkele weken voelde mijn zicht stabieler aan. Ook dit is mijn persoonlijke ervaring en zegt niets over het effect bij anderen.’


Franks ervaring met een FL-41 bril

Bij Visual Snow wordt vaak als eerste hulpmiddel de FL-41 bril genoemd. Toch zijn deze brillen niet allemaal hetzelfde: de kwaliteit verschilt sterk en ze werken niet bij iedereen. In sommige landen wordt gebruikgemaakt van colorimeters, waarmee verschillende filters precies op de persoon worden afgemeten. Frankt geeft aan dat hij deze mogelijkheid nog niet heeft kunnen vinden in Nederland en België.

‘Navraag bij verschillende optometristen heeft tot nu toe geen optie opgeleverd voor FL-41-glazen op sterkte. De prijzen van FL-41 brillen variëren tussen ongeveer €40 en €170 en niet alle varianten zijn geschikt als overzetbril.’

Wat zijn de verschillen tussen FL-41 brillen?

‘Allereerst is niet iedere FL-41 bril als overzetbril te gebruiken. Daarnaast bestaan er grote kwaliteitsverschillen tussen de filters. Er zijn grofweg drie tinten:

  • Licht roze — mild filter
  • Midden roze — standaard FL-41
  • Diep roze / rood — sterk filter, soms te intens

Het brein reageert verschillend op deze tinten. Sommige mensen ervaren juist méér visuele ruis bij een te sterke tint, dus het is belangrijk om te kijken wat voor jou prettig werkt.

De originele FL-41 tint filtert vooral licht in het 480–520 nm-bereik (blauw-groen). Veel goedkopere brillen gebruiken echter een algemene roze kleur die deze golflengtes nauwelijks filtert. Ook de lichtdoorlating verschilt: sommige brillen laten ongeveer 80% van het licht door, andere slechts 50%. Er bestaan bovendien brillen die alleen een cosmetische roze kleur hebben maar zich toch “FL-41” noemen. Houd er ook rekening mee dat licht belangrijk is voor de regulatie van het slaap-waakritme. De hele dag een FL-41 bril dragen is daarom niet voor iedereen wenselijk.’

Verder verschillen brillen onder andere in:

  • de mate van polarisatie;
  • de aanwezigheid van een anti-reflectiecoating;
  • het aantal filterlagen.

Koninklijke Visio

‘Bij Koninklijke Visio (afhankelijk van de locatie) kun je een FL-41 bril van Multilens een week lenen om uit te proberen. Deze heb ik uiteindelijk zelf aangeschaft. De bril vermindert bij mij niet direct de visuele sneeuw, maar wél de prikkelbelasting. Dat helpt mij vooral bij het inslapen. Ik gebruik de bril tijdens mijn werk en bij het tv-kijken. Ook hierbij geldt dat dit mijn persoonlijke ervaring is. FL-41 brillen werken niet voor iedereen en de mate van effect verschilt per persoon. Wie een FL-41 bril wil proberen, kan eventueel informeren of een proefperiode mogelijk is voordat tot aanschaf wordt overgegaan.’

Visual Snow: nieuwe stap in het meten van klachten

13 december 2025 – Voor mensen met Visual Snow (Syndroom) is het vaak lastig om onder woorden te brengen hoeveel impact de klachten hebben. Niet alleen dát je symptomen hebt, maar wat ze doen met je dagelijks functioneren, je concentratie, je nachtrust en je mentale welzijn. Juist dat maakt het moeilijk om goede zorg te krijgen of om behandelingen eerlijk te beoordelen. Een nieuw internationaal onderzoek, gepubliceerd in Frontiers in Neurology, zet een belangrijke stap op dit punt. De studie onderzoekt een vernieuwde vragenlijst: de Colorado Visual Snow Survey 2.0 (CVSS 2.0). Deze vragenlijst is bedoeld om systematisch vast te leggen welke VSS-symptomen iemand ervaart, hoe ernstig ze zijn en hoe sterk ze het dagelijks leven beïnvloeden.

Waarom is dit belangrijk?
Visual Snow Syndroom is pas relatief recent erkend als neurologische aandoening. Tot nu toe bestond er nauwelijks een goed instrument waarmee patiënten zelf hun klachten en beperkingen konden rapporteren op een manier die ook bruikbaar is voor onderzoek en zorg. Dat is een groot probleem: zonder goede meetinstrumenten is het vrijwel onmogelijk om behandelingen te testen of vooruitgang (of achteruitgang) objectief vast te leggen.

De CVSS 2.0 probeert dat gat te vullen.
Wat wordt er precies gemeten?
De vragenlijst kijkt niet alleen naar visual static (“sneeuw”), maar naar een breder spectrum aan klachten die veel mensen met VSS herkennen, zoals:

  • afterimages en visuele trails
  • blue field entoptic phenomenon (bewegende lichtpuntjes tegen een blauwe achtergrond)
  • floaters
  • problemen met nachtzicht
  • tinnitus
  • én niet-visuele klachten zoals depersonalisatie/derealisatie, angst en somberheid (let op: angst en somberheid als gevolg van klachten).

Per symptoom wordt gevraagd naar vier aspecten:
hoe intens het is, hoeveel het stoort bij schermgebruik, hoeveel het stoort in de dagelijkse omgeving en in hoeverre het dagelijkse activiteiten beperkt. Dat laatste is cruciaal: het maakt zichtbaar dat VSS niet alleen een waarnemingsprobleem is, maar een aandoening die diep kan ingrijpen in het functioneren.

Wat kwam eruit?
De onderzoekers vergeleken mensen met Visual Snow met een controlegroep zonder VSS. De uitkomsten waren duidelijk:
De CVSS 2.0 maakte sterk onderscheid tussen mensen mét en zonder VSS. Mensen met een formele diagnose en mensen zonder diagnose (maar met duidelijke VSS-klachten) scoorden vrijwel gelijk. Dit onderstreept wat veel patiënten al weten: het ontbreken van een officiële diagnose zegt weinig over de ernst van de klachten. Naast visual static bleken vooral nachtzichtproblemen, blue field entoptic phenomenon, afterimages en tinnitus sterke voorspellers van Visual Snow. Opvallend is dat tinnitus hoog scoorde als onderscheidend symptoom, terwijl dit nog geen officieel criterium is in de internationale diagnostiek. De auteurs stellen dat dit mogelijk heroverwogen zou moeten worden.

Mentale klachten zijn geen bijzaak
Het onderzoek besteedt ook aandacht aan klachten zoals depersonalisatie/derealisatie, angst en somberheid. Deze kwamen duidelijk vaker en sterker voor bij mensen met VSS dan bij controles. De onderzoekers benadrukken dat dit serieuze aandacht verdient in de zorg voor VSS-patiënten — niet als “psychologische verklaring” voor de aandoening, maar als onderdeel van de totale ziektelast en kwaliteit van leven.

Met andere woorden: mentale klachten zijn geen randverschijnsel, maar kunnen een logisch gevolg zijn van langdurige neurologische overbelasting en voortdurende visuele ontregeling.

Wat betekent dit voor patiënten?
Dit onderzoek biedt geen behandeling en geen directe oplossing. Maar het legt wel een belangrijke basis. Betere meetinstrumenten zijn essentieel om:

  • behandelingen eerlijk te kunnen onderzoeken,
  • de ernst van klachten zichtbaar te maken richting artsen,
  • en om eindelijk te kunnen meten of iets daadwerkelijk helpt.

Voor patiënten betekent dit hopelijk een stap richting meer erkenning, betere communicatie met zorgverleners en uiteindelijk betere zorg.

Waarom Visual Snow Europe dit deelt
Bij Visual Snow Europe vinden we het cruciaal dat onderzoek niet alleen in academische tijdschriften blijft hangen, maar ook begrijpelijk wordt gedeeld met de mensen om wie het gaat. Dit soort studies laat zien dat het Visual Snow Syndroom steeds serieuzer en systematischer wordt onderzocht — en dat patiëntervaringen daarin een centrale rol spelen.

We blijven ons inzetten voor bewustwording, betere diagnostiek en onderzoek dat aansluit bij de realiteit van mensen met Visual Snow Syndroom.
Meer info over dit onderzoek vind je hier. Visual Snow Europe Foundation is geen onderdeel geweest van dit onderzoek.

VSS officieel erkend met ICD-11-code

24 januari 2025 – Het Visual Snow Syndroom (VSS) is nu officieel erkend met een unieke code in de elfde editie van de International Classification of Diseases (ICD-11) door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Deze belangrijke mijlpaal is het resultaat van de gezamenlijke inspanningen van de Visual Snow Initiative (VSI), onder leiding van oprichter Sierra Domb, in samenwerking met vooraanstaande neurologen zoals Dr. Peter Goadsby en Dr. Owen White.

De toekenning van een ICD-code aan VSS heeft verstrekkende positieve implicaties voor zowel patiënten als de wereldwijde medische gemeenschap. Het erkent VSS als een legitieme neurologische aandoening, wat de nauwkeurigheid van diagnose en behandeling zal verbeteren. Bovendien maakt deze erkenning het mogelijk dat gezondheidszorgdiensten met betrekking tot VSS in aanmerking komen voor verzekeringsdekking en financiële ondersteuning. Het zal ook verder onderzoek naar VSS stimuleren, wat mogelijk leidt tot betere behandelmethoden en een dieper begrip van de aandoening.

Vanaf 2025 zullen het Visual Snow Syndroom en het bijbehorende symptoom, Visual Snow, officieel worden opgenomen in de ICD-11. Deze erkenning markeert een keerpunt voor iedereen die door VSS is getroffen en biedt hoop op verbeterde zorg en begrip in de toekomst.

Nieuw onderzoek naar mogelijke medicatie VSS

17 september 2024 – Een nieuw onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van medicatie voor de behandeling van het Visual Snow Syndroom (VSS) wordt onderzocht. Het doel van dit onderzoek is te ontdekken of een farmacologische behandeling, oftewel medicatie, op een veilige manier de specifieke tekorten die samenhangen met VSS kan aanpakken, de visuele symptomen kan verlichten en daarmee de levenskwaliteit van patiënten kan verbeteren.

Dit baanbrekende onderzoek is een samenwerking tussen Visual Snow Initiative en bekende VSS-neurologen, andere Dr. Peter Goadsby, Dr. Francesca Puledda, Dr. Christoph Schankin en Sarah Aeschlimann. De identificatie van medicatie met therapeutisch potentieel voor de behandeling van VSS zou een doorbraak in de klinische praktijk kunnen betekenen. Als onderzoekers erin slagen een medicatie te identificeren die effectief blijkt te zijn, kan dit de basis vormen voor de eerste effectieve farmacologische behandelingsopties voor VSS-patiënten.

Deze nieuwe klinische proef zal plaatsvinden in het Universitair Ziekenhuis van Bern, afdeling Neurologie, in Zwitserland. Na indiening van een ethische aanvraag en goedkeuring door Swissmedic, zal de werving voor de studie van start gaan. De verwachte voltooiing van de studie is juli 2025. De toediening van de medicatie en mogelijke bijwerkingen zullen zorgvuldig worden gemonitord door VSS-onderzoekers met expertise in de aandoening om de veiligheid van de deelnemers te waarborgen. Ze zullen regelmatig de ernst van VSS, de vermindering van symptomen, de kwaliteit van leven en eventuele bijwerkingen meten.

Ondanks intensieve inspanningen is de ontwikkeling van effectieve farmacologische therapieën voor VSS een uitdaging gebleven. Medicijnen die tot nu toe zijn getest, werden door onderzoekers als ineffectief beschouwd, waarbij de symptomen meestal verergerden of er geen veranderingen optraden. Hoewel sommige individuen met VSS hebben aangegeven dat bepaalde medicijnen hen hebben geholpen, is er geen klinisch bewijs dat een effectieve farmacologische behandeling voor VSS ondersteunt. Onderzoekers hadden meer inzichten nodig in de oorzaak en pathofysiologie van VSS voordat ze mogelijke gerichte en effectieve behandelingen konden identificeren.

Recente onderzoeken hadden nieuwe cruciale informatie onthuld over de oorzaak, pathofysiologie, symptomatologie en de mechanismen van Visual Snow Syndrome als een netwerkstoornis. Door de verdeling van receptoren in verschillende hersengebieden en functionele connectiviteitspatronen te vergelijken, heeft een recente studie veranderingen kunnen identificeren in de serotonerge en glutamaterge neurotransmittersystemen die mogelijk bijdragen aan de pathofysiologie van VSS. In deze nieuwe klinische proef zullen onderzoekers de potentiële effectiviteit en veiligheid van medicatie onderzoeken die gericht is op de specifieke tekorten die verband houden met VSS.

Wij houden jullie op de hoogte zodra er meer duidelijk is.

Nieuw onderzoek door prof. dr. Schankin in Inselspital

7 mei 2024 –

Dr. Schankin en Dr. Klein van het Inselspital Bern (Zwitserland) starten een nieuw onderzoek naar neuromodulatie voor VSS. Dit onderzoek onderzoekt hoe transcraniële wisselstroomstimulatie (tACS) overactieve neurale netwerken in de hersenen kan moduleren, wat mogelijk kan leiden tot nieuwe behandelopties voor VSS. De technieken van Dr. Schankin en Dr. Klein zijn gericht op het verminderen van verschillende veelvoorkomende VSS-symptomen, waaronder visuele sneeuw/statisch, palinopsie, entoptische
symptomen, fotofobie en nyctalopie.

Het onderliggende idee achter VSS is dat meerdere neurale netwerken in de hersenen overactief blijven, waardoor het visuele systeem wordt gebombardeerd met overtollige informatie. TACS biedt echter de mogelijkheid om deze netwerken te moduleren. Het primaire doel van Dr. Schankin en Dr. Klein is om de specifieke gebieden in de hersenen aan te wijzen waar iets niet goed functioneert. Om dit te bereiken combineren ze verschillende diagnostische markers met een behandelingsgerichte methodologie.

Dit onderzoek zal beginnen met een uitgebreide visuele test, MRI en elektro-encefalogram (EEG) metingen. Dr. Schankin en Dr. Klein zijn vooral geïnteresseerd in het observeren hoe deze stimulatie VSS-symptomen beïnvloedt, hoe het de prestaties op taken beïnvloedt en of er veranderingen zijn in EEG-patronen bij patiënten met VSS.

Onderzoek naar neuroactiviteit bij VSS

11 Augustus 2023 – Onderzoekers van King’s College London delen hun nieuwste ontdekking: De activiteit van glutamaat en serotonine verschilt bij mensen met VSS in vergelijking met degenen zonder deze aandoening, wat mogelijk leidt tot de identificatie van biomarkers en hoop op toekomstige farmacologische behandelingen.

Visual Snow Syndroom (VSS) heeft lange tijd onderzoekers verbaasd vanwege de slecht begrepen neurofarmacologische basis ervan. In een poging om deze intrigerende aandoening te ontrafelen, maakte een baanbrekende studie gebruik van geavanceerde technologie. Door receptor doelwitkaarten te combineren met gegevens van functionele magnetische resonantie beeldvorming (fMRI) in rust, was het doel om te ontcijferen welke neurotransmitters mogelijk betrokken zijn bij de hersencircuits die verbonden zijn met VSS.

De studie maakte gebruik van een nieuwe techniek genaamd Receptor-Enriched Analysis of Functional Connectivity by Targets (REACT). Deze innovatieve aanpak dook in de complexe functionele netwerken die worden beïnvloed door vijf verschillende neurotransmittersystemen. Deelnemers waren individuen met VSS (n = 24), gezonde controles (HC’s; n = 24) en migrainepatiënten (MIG; n = 25, waarvan 15 met migraine met aura [MwA]). REACT maakte gebruik van receptor dichtheidsmodellen voor essentiële neurotransmitter-receptoren en transporters, zoals noradrenaline, dopamine, serotonine, GABA-A, NMDA, 5HT1B en 5HT2A. Deze modellen vergemakkelijkten het creëren van gepersonaliseerde, voxel-niveau functionele connectiviteit (FC) kaarten. Deze gepersonaliseerde kaarten werden vervolgens nauwkeurig vergeleken tussen de drie groepen: HC’s, MIG en VSS.

Uit dit onderzoek kwamen boeiende resultaten naar voren. Personen die te maken hebben met VSS vertoonden verminderde FC binnen glutamatergische netwerken in de voorste cingulate cortex (ACC). Deze afwijking was duidelijk in vergelijking met zowel HC’s als patiënten met migraine. Bovendien werd een opmerkelijke afname van FC in serotonergische netwerken waargenomen in gebieden zoals de insula, de temporale pool en de orbitofrontale cortex. Deze patronen weerspiegelden waarnemingen bij personen met migraine met aura. Van bijzonder belang was dat VSS-patiënten verminderde FC vertoonden binnen netwerken die rijk waren aan de 5HT2A-receptor. Deze netwerken bevonden zich voornamelijk in de occipito-temporo-pariëtale associatiecortex. Subgroepanalyses toonden aan dat deze veranderingen niet alleen onafhankelijk waren van migrainefactoren, maar ook overeenkwamen met veranderingen die werden waargenomen bij patiënten met migraine met aura.

De implicaties van deze studie zijn verstrekkend. Ze benadrukt de cruciale rol van glutamaat en serotonine bij het herbedraden van hersenconnectiviteit, met invloed op domeinen die verband houden met visuele verwerking, detectie van belangrijkheid en emotionele reacties in de context van VSS. Belangrijk is dat de gewijzigde serotonerge connectiviteit bij VSS op zichzelf staat en geen verband houdt met migraine. Desondanks benadrukt de opvallende gelijkenis met patronen bij migraine met aura een gedeelde biologische basis tussen deze verschillende aandoeningen.



(Bron: ANN NEUROL 2023)